Blog | Je koers bepalen als boer

donderdag 12 jan. 2023
Blog | Je koers bepalen als boer

De doelen zijn klip en klaar, zei de minister, toen ze in juni vorig jaar haar stikstofplannen presenteerde. Achteraf blijkt daar weinig van te kloppen. De overheid heeft geen heldere stikstofdoelen en hoe ze gerealiseerd moeten worden is vaag. Hierdoor verkeert agrarisch Nederland al jaren in onzekerheid en is bedrijfsontwikkeling in de veehouderij heel lastig. Maar je hebt er wel mee te dealen. Ondanks zwalkend overheidsbeleid en onduidelijke randvoorwaarden, ben je als agrarisch ondernemer voortdurend bezig met de koers van je bedrijf. Iedere boer en tuinder maakt hierbij eigen keuzes; die vloeien deels voort uit de uitgangssituatie van het eigen bedrijf.

Terug in de tijd
Ik zal iets meer vertellen over hoe die uitgangssituatie er bij mij uitziet. We gaan bijna 100 jaar terug in de tijd. In 1928 verrees op de plek waar ik dit stukje schrijf een nieuwe boerderij. Mijn opa en oma waren de trotse eigenaren. Ze boerden zoals vele boeren in hun omgeving op de Sallandse zandgronden en ontwikkelden een mooi gemengd bedrijf. De veestapel bestond uit een vijftiental koeien, een handvol zeugen en enkele tientallen kippen. Naast grasland was de grond rond de boerderij in gebruik voor de teelt van granen en soms ook aardappelen. En er was een hoogstamfruit boomgaard. Het was hard werken in die jaren. Toen mijn vader vanaf de jaren '60 de boerderij voorzette, specialiseerde het bedrijf zich geleidelijk in de richting van melkkoeien. Door de komst van de melkmachine en het vervangen van de trekpaarden door een trekker was er veel minder fysieke arbeid nodig.

Combinatie met journalistiek
Een groot bedrijf is het nooit geworden. Zelf heb ik mede daarom het werk op de boerderij altijd gecombineerd met andere werkzaamheden. Die zorgden voor een stuk inkomen, maar ook voor nieuwe ervaringen, afwisseling en sociale contacten. Na het afronden van een agrarische opleiding ben ik in 1986 naast de boerderij aan het werk gegaan als journalist bij een agrarisch vakblad. Daar heb ik het journalistieke handwerk geleerd. Tegenwoordig schrijf ik nog steeds een paar dagen per week stukjes. Dat doe ik als zzp’er voor diverse opdrachtgevers, meestal actief in de agrarische wereld.

Toen ik als aankomend redacteur voor vakblad Boerderij voor de eerste keer op bezoek ging bij een biologische melkveehouder, maakte dat indruk op mij. Deze boer deed het anders dan ik op school geleerd had. Hij gebruikte geen kunstmest of synthetische middelen om zijn gewassen gezond en snel te laten groeien, of om ze onkruidvrij te houden. De koeien liepen in de wei, hadden in de stal extra ruimte en zagen er blakend uit. De man legde me uit dat hij ondanks hogere kosten toch een goed inkomen had door een plus op de melkprijs. Zijn verhaal sprak me aan, maar in mijn hoofd concludeerde ik dat het ‘thuis’ niet zou lukken om zo te gaan werken. Vooral omdat we per koe weinig grond hadden.

Stapje voor stapje natuurinclusiever
Toch hebben we 25 jaar geleden de keuze gemaakt om naar een meer natuurinclusieve manier van boeren toe te groeien. Al kenden we toen de term ‘natuurinclusief’ nog niet. Stapje voor stapje bewogen we in de gewenste richting. Hoe ziet ons bedrijf er nu uit? Anno 2023 hebben we een biologisch rundveebedrijf met overwegend Brandrode runderen (er lopen ook wat Fries Hollandse (FH) dieren tussen). We benutten 35 ha landbouwgrond (15 ha pacht en 20 ha eigendom) en daarnaast hebben we ongeveer 100 ha natuurgrond in gebruik. Dit is vooral natuurlijk grasland in de uiterwaarden van de IJssel in de buurt van Deventer.

We melken 45 koeien. Jaarlijks leveren we krap 200.000 kg melk aan biologische melkveehouders afzetcoöperatie EKO Holland. Ongeveer 10.000 kg melk per jaar verwerkt mijn vrouw Suzette tot zuivelproducten; vooral yoghurt maar ook vla, kwark, hangop. Naast deze zuivel bestaat het assortiment in onze boerderijwinkel vooral uit diepgevroren vleesproducten van Brandrood rund. Dat rundvleesproductie een flinke poot onder het bedrijf is, komt onder meer doordat vrijwel alle geboren kalveren tot volwassen leeftijd hier blijven. De dierenarts castreert de meeste stierkalveren. Dat heeft voor ons een aantal voordelen: de vleeskwaliteit van ossen is vergelijkbaar met die van vrouwelijke dieren, in tegenstelling tot stieren zijn ossen prima inzetbaar voor het begrazen van terreinen waar ook mensen wandelen; ossen en vrouwelijke dieren zijn zonder problemen door elkaar te houden.

Het afgelopen jaar vroegen bezoekers van onze boerderijwinkel me regelmatig wat het stikstofbeleid van de overheid voor ons gaat betekenen. Een duidelijk antwoord kon ik ze niet geven. Je zou kunnen bedenken dat de overheid ons als biologische natuurboeren wel zal ontzien. Maar een garantie daartoe heb ik nog niet ontvangen.

Zorgen over perspectief
Ik denk dat agrarische productie in samenwerking met de natuur het meeste perspectief biedt. En dan bedoel ik met name toekomstperspectief met het oog op verbetering van biodiversiteit, milieu en klimaat. Maar voor de continuïteit van het bedrijf is economisch perspectief ook van het grootste belang. En ook daarover maak ik me zorgen. Als de overheid kiest voor het aanjagen van de productie van biologisch voedsel, dan zal dit gepaard moeten gaan met een toename van de consumptie. Lukt dit niet, dan krijgen we te maken met verstoorde afzetmarkten met desastreuze gevolgen voor de opbrengstprijzen.

Mijn inschatting is dat ik voor veel boeren spreek als ik zeg dat het ons ontbreekt aan heldere randvoorwaarden om met ons agrarisch bedrijf een goede koers te kunnen bepalen richting toekomst. Wij gaan door op de ingeslagen weg. Is dit de juiste koers, of ontdekken we komend jaar dat we moeten bijstellen? Ik kom er op terug.


     
Ik ben Berrie Klein Swormink (59) en woon en werk in Lettele. Met mijn vrouw Suzette run ik een biologisch bedrijf met overwegend brandrode runderen voor melk, vlees en natuurbegrazing. In onze boerderijwinkel verkopen we zuivelproducten van eigen melk en vlees van eigen runderen. Naast mijn agrarische activiteiten ben ik journalist in de land- en tuinbouw en blog ik voor De Groene Wereld over actuele onderwerpen uit de praktijk.